Inclusief programmeren voor kinderen met een visuele beperking

Leren programmeren voor blinde en slechtziende kinderen 

Kinderen kunnen leren programmeren met materialen zoals de Bee-Bot en Blue-Bot, de Micro:bit en Scratch. Veel programmeermaterialen voor kinderen zijn echter visueel in zowel de block-based taal als in de output (een digitaal spel of een animatie). Ook tactiele materialen of fysieke talen hebben vaak visuele onderdelen, zoals lichtjes of getekende pijltjes. Dit betekent dat deze materialen minder goed of niet gebruikt kunnen worden door slechtziende en blinde kinderen. 

Juist voor deze kinderen is leren programmeren belangrijk. Programmeren kan een goede carrièreoptie bieden omdat je goed vanuit huis kan werken, en het geeft je nieuwe mogelijkheden om je te uiten. En natuurlijk is het voor slechtziende en blinde kinderen fijn en waardevol om in de programmeerles met andere kinderen te kunnen meedoen.  Daarom werken wij met bestaande lesmaterialen, zodat uiteindelijk kinderen samen kunnen programmeren, met programma’s die door iedereen gebruikt kunnen worden.

Het onderzoek: inzicht in huidige materialen

Groepsgesprek met leerkrachten: in april 2019 hebben in een groepsgesprek zes leerkrachten uit het speciaal onderwijs hun ervaringen uitgewisseld over het werken met verschillende programmeermaterialen met slechtziende en blinde kinderen. Ze hebben besproken wat de mogelijkheden en uitdagingen voor kinderen met een visuele beperking zijn om te leren programmeren met de Bee-Bot en Blue-Bot, de Micro:bit, Scratch, en nog een aantal andere materialen. Vooral voor de jongere kinderen zien de leerkrachten veel opties in het gebruik van de Bee-bot en unplugged lessen. Met name voor de middenbouw is het lastig geschikte materialen te vinden, vooral voor de blinde kinderen. Ook zoeken de leerkrachten naar manieren om de leerlingen zelfstandig, of in gelijkwaardige samenwerkingen, aan het werk te zetten.

Observaties kinderen op school: in okt-nov 2019 is er op vijf scholen in het speciaal onderwijs (van Visio en Bartiméus) een programmeerles gegeven, waarbij de kinderen met verschillende materialen aan het werk gezet werden. De leerlingen hebben elkaar geprogrammeerd in unplugged lessen, ze hebben Bee-bots en Blue-bots een route laten afleggen, en de oudere kinderen hebben hun eigen verhaal of muziekstuk geprogrammeerd. Voortbouwend op de inzichten uit het groepsgesprek met de leerkrachten wordt met deze informatie verder in kaart gebracht welke onderdelen van verschillende type materialen precies wel en niet goed bruikbaar zijn, door zowel slechtziende als blinde kinderen. Bruikbaarheid is heel breed, daaronder valt onder andere of de kinderen een materiaal zelfstandig kunnen gebruiken, of ze er een opdracht mee kunnen maken, of ze er mee samenwerken, hoe leuk ze dit vinden, en hoeveel ruimte er is voor hun eigen creativiteit en toevoegingen.

Het onderzoek: aanpassingen materialen

De informatie uit het observatie onderzoek wordt op dit moment verwerkt. Per materiaal wordt de bruikbaarheid in kaart gebracht. Zo worden zowel de mogelijkheden op dit moment als de belangrijkste struikelblokken geïdentificeerd. Op basis hiervan, samen met de informatie uit het groepsgesprek, zullen drie materialen worden aangepast om de bruikbaarheid van  verschillende onderdelen te vergroten. Daarbij kan gedacht worden aan het toevoegen van tactiele onderdelen op een robotje, of de compatibiliteit van een programmeeromgeving met een schermlezer vergroten.

In mei-juni 2020 zullen de aangepaste materialen opnieuw getest worden in programmeerlessen aan kinderen. Dit keer zullen dat zowel slechtziende en blinde als ziende kinderen zijn. Het is belangrijk dat de aangepaste materialen ook voor ziende kinderen bruikbaar en leuk blijven. Het doel is dat uiteindelijk alle kinderen samen kunnen programmeren, met materialen die door iedereen gebruikt kunnen worden.

Output

Er wordt in het project toegewerkt naar:

– een overzicht van bestaande programmeermateralen met hun bruikbaarheid voor slechtziende en blinde kinderen

– richtlijnen voor de ontwikkeling van nieuwe inclusieve programmeermaterialen

Team 

Dit project wordt uitgevoerd door Anna van der Meulen en Felienne Hermans van PERL, Wendy Voorn (Koninklijke Visio, expertisecentrum voor blinde en slechtziende mensen) en Mijke Hartendorp (Hogeschool Saxion). Er wordt samengewerkt met Koninklijke Visio en Bartiméus.

Nieuws

in september 2019 heeft de site visit van het project door de stuurgroep van InZicht (ZonMw) plaatsgevonden. 

* 7 maart 2019 is het onderzoek gepresenteerd door Anna met een poster en flits presentatie op de ZonMw InZicht ontmoetingsdag: https://publicaties.zonmw.nl/het-doet-wat-met-je/

*  In februari 2019 zijn Felienne en Anna geïnterviewd over het project voor het luistertijdschrift Zapp voor blinde tieners.

* 1 december 2018 is het project van start gegaan bij Universiteit Leiden: https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2018/11/blinde-kinderen-leren-programmeren

* Lees ook de blogpost van Felienne over het project:

Contact

Voor vragen of opmerkingen kan je contact opnemen met Anna van der Meulen (a.n.van.der.meulen@liacs.leidenuniv.nl).